Van toepassing is het actuele Algemeen Reglement Autorensport Nationaal B met Bijlage 1, het Wedstrijdreglement Autorensport Nationaal B. met de Bijlagen 1 en 2; dit reglement met de volgende bijzondere bepalingen:
Artikel 1 ‐ DEELNEMERS
KNAF licentiehouders met tenminste een Clublicentie.
Endurance
Bij een wedstrijd tot maximaal 70 minuten kan met 1 rijder worden volstaan, meer rijders zijn toegestaan.
Bij een wedstrijd langer dan 70 minuten zijn minimaal 2 rijders verplicht.
Artikel 2 ‐ TOEGELATEN WAGENS
De Seat Ibiza TDI in overeenstemming met het Technisch reglement SEAT ENDURANCE‐CUP 2010
Artikel 3 ‐ WEDSTRIJDKALENDER
Zie wedstrijdkalender DNRT
Artikel 4 ‐ PUNTENTELLING/ ERESTRAF
De in het wedstrijdreglement genoemde erestraf is voor de Seats 120 seconden voor de leider in het kampioenschap, 100 seconden voor nummer 2, 80 seconden voor nummer 3, enz.
Zie verder het Wedstrijdreglement Autorensport Nationaal B.
PUNTENTELLING SEAT ENDURANCE CUP
De te behalen punten per race voor teams die in de race gestart zijn:
1e ‐ 30 11e ‐ 10
2e ‐ 26 12e ‐ 9
3e ‐ 22 13e ‐ 8
4e ‐ 19 14e ‐ 7
5e ‐ 17 15e ‐ 6
6e ‐ 15 16e ‐ 5
7e ‐ 14 17e ‐ 4
8e ‐ 13 18e ‐ 3
9e ‐ 12 19e ‐ 2
10e ‐ 11 20e ‐ 1
Extra punten
Iedere race ontvangt het team met de snelste ronde in de kwalificatie training 1 extra punt.
Iedere race ontvangt het team met de snelste ronde in de race 1 extra punt.
Artikel 5 ‐ OVERIGE BEPALINGEN
Straffen. Voor (overige) straffen zie ook Wedstrijd Reglement Autorensport Nationaal B.
TECHNISCH REGLEMENT SEAT ENDURANCE‐CUP 2010
Artikel 1 – TECHNIEK ALGEMEEN
Basis: De door het DNRT geleverde Seat Ibiza 1.9.TDI in Cup uitvoering
Definities
Onder Origineel wordt verstaan: het door Seat op de Seat Ibiza TDI geleverde onderdeel. Onder Standaard wordt verstaan: identiek of gelijkwaardig in materiaal, vorm en gewicht, niet door Seat geleverd maar wel gefabriceerd voor dit model Seat Ibiza TDI.
Speciale onderdelen: Andere dan originele of standaard onderdelen die staan vermeld op de “Lijst speciale onderdelen Seat Ibiza 1.9 TDI in Cup uitvoering”.
“Vrij” betekent dat zowel het originele onderdeel, als de functies van het onderdeel, mogen worden verwijderd of worden vervangen door een nieuw onderdeel, op voorwaarde dat het nieuwe onderdeel, ten opzichte van het oorspronkelijke onderdeel geen extra functie toevoegt
Documentatie
Als referentie voor onderdelen, maten, toleranties en montagevoorschriften gelden de
handleidingen of onderdelen van de fabrikant en/of importeur.
Montagevoorschriften
Alle in dit reglement genoemde materialen en onderdelen dienen gemonteerd te worden op de wijze die door de fabrikant voorgeschreven is. Onderdelen dienen vervangen te worden indien zij servicelimieten van de fabrikant overschrijden.
Bouten & moeren zijn vrij voor zover deze verwisseld worden door vervangende exemplaren van identiek materiaal. Borging is vrij.
Pakkingen zijn vrij, tenzij anders aangegeven.
Artikel 2 ‐ TOEGESTANE OF VERPLICHTE WIJZIGINGEN
Alle niet in dit reglement uitdrukkelijk toegestane wijzigingen zijn verboden.
De beperkingen van toegestane wijzigingen en toe te voegen delen zijn hierna nader omschreven.
Behalve het voorgaande mogen versleten of beschadigde onderdelen slechts vervangen worden door
onderdelen identiek aan het origineel van het versleten of beschadigde onderdeel.
Een toegestane modificatie mag geen verboden modificatie tot gevolg hebben
In geval van twijfel raadpleeg de TC of, voor zover aanwezig, de klasse coördinator of het OC.
De wagen moet in alle opzichten overeen komen met het gestelde in dit reglement.
De wagen moet gedurende het gehele evenement aan de geldende voorschriften voldoen.
Artikel 3 ‐ MINIMUM WAGENGEWICHT
Gewicht.
Het minimum wagengewicht dient tenminste 1.000 kg te bedragen.
Het minimum wagengewicht is het wagengewicht zonder rijder, zonder wijziging van enig vloeistofniveau, de brandstof inbegrepen. De wagen dient op elk moment van de training/wedstrijd aan het minimum wagengewicht te voldoen. Het aanbrengen van ballast is toegestaan, met blokken van maximaal 10 kg per stuk. Deze dienen per stuk deugdelijk bevestigd te zijn met 2 bouten M10 kwaliteit minimaal 10.9.
Gemiddeld gewicht van de rijders van een team.
Indien het gemiddelde gewicht van de rijders van een team meer is dan 90 kg. dan kan aan de organisatie een verlaging van het minimum autogewicht worden aangevraagd. De vermindering zal maximaal het gemiddelde gewicht zijn wat de rijders meer dan 90 kg wegen.
Straf: Een afgelezen gewicht dat lager is dan het genoemde gewicht heeft tot gevolg:
‐ tijdens de kwalificatie training ‐ team is niet geklasseerd (achteraan starten).
‐ minder dan 10 kilo te licht ‐ 1 ronde aftrek per wedstrijdduur van 4 uur
‐ 10 tot 20 kilo te licht ‐ 2 ronden aftrek per wedstrijdduur van 4 uur
‐ 20 kilo of meer te licht ‐ uitsluiting van het team
(voorbeeld: 15 kilo te licht bij een 8 uren race = 2 x 2 = 4 ronden aftrek)
Artikel 4 ‐ VEILIGHEID
Zie Algemeen Reglement Autorensport Nationaal B, Bijlage 1
Hoodpins. Hoodpins op de motorkap en achterklep zijn verplicht . Het originele
sluitmechanisme dient verwijderd te worden.
Rolkooi. Slechts één type is toegestaan (Wiechers, gecertificeerd door de ASN).
Modificaties zijn niet toegestaan. De voetplaten van de bar dienen met bouten gemonteerd te worden op, op de bodemplaat gelaste, platen van 120 cm2 van minimaal 3 mm dik (zie ook ASJ, Annex J). De rolkooi dient op plaatsen waar de helm van de rijder in contact kan komen met rolkooi, bekleed moet zijn met speciaal daarvoor bestemd schokabsorberend brandvertragend materiaal (rolkooischuim, FIA standaard 8857‐2001) verkrijgbaar bij de autosport speciaalzaken.
Artikel 5 – MOTOR
De motor dient geheel origineel te blijven en mag niet worden geoptimaliseerd.
Bij slijtage of beschadigingen dient de originele staat van de motor te worden hersteld of zo nodig een nieuwe, originele unit te worden aangeschaft.
Het is toegestaan om de doorgang van de motorruimte naar het linker spatbord dicht te maken
Controle
De wedstrijdleiding of het OC kan na training of wedstrijd het vermogen en koppel van de motor laten meten. Bij wezenlijke afwijkingen kan een straf worden opgelegd, zonder dat de oorzaak van de afwijking en/of vermogenswinst wordt vastgesteld.
Vliegwiel
Het vliegwiel mag vervangen worden door een enkelvoudig vliegwiel van het zelfde gewicht
Inlaat
Het inlaatsysteem, incl. luchtfilter dient origineel te zijn.
Aanzuigsysteem
Modificeren van het aanzuigsysteem van het luchtfilterhuis is als volgt toegestaan. De aanzuigbuis die de lucht uit het linker spatbord haalt, mag circa 180 graden gedraaid gemonteerd worden zodat de lucht uit het motorcompartiment aangezogen wordt. De aanzuigbuis mag niet verlengd worden en de opening mag niet direct in de rijwind geplaatst zijn.
De sensor van de luchtmassameter mag worden vervangen door een “Pierburg”
inschroefbaar in het originele huis. Let op; de luchtmassameter verbetert het motorvermogen niet.
Dat wordt geregeld door de computer. De luchtmassameter moet echter wel blijven functioneren.
Motormanagement systeem
Het Motormanagementsysteem dient origineel te zijn, inclusief de door Beek Auto Racing aangebrachte update 2010 en verzegeling.
Controle
De organisatie is bevoegd om, zonder opgaaf van reden, voor aanvang van een wedstrijd een motormanagementsysteem om te ruilen, uit te lezen en zo nodig te her‐programmeren.
Inspuitsysteem
Het inspuitsysteem dient geheel origineel te blijven en mag op geen enkele manier worden gewijzigd of beïnvloed. Verzegelingen dienen in takt te blijven. De brandstofpomp moet voorzien zijn van een door Oudejans Motorrevisie aangebrachte verzegeling,
EGR
De EGR klep/leiding mag worden afgesloten.
Koelsysteem
Het koelsysteem dient geheel origineel te blijven, incl. thermostaat en een werkende kachel.
Smering
Merk en type olie kan door de organisatie worden voorgeschreven.
Motor versnellingsbaksteunen
Ophangrubbers (motor & ophanging) mogen worden vervangen door rubbers met andere hardheid of door kunststof.
Verandering aan subframe of motorsteunen is niet toegestaan
Uitlaat
Het uitlaatsysteem dient geheel origineel en in goede staat te zijn.
Artikel 6 ‐ OVERBRENGING
Koppeling
De koppelingsplaat is vrij, met handhaving van de originele drukgroep. Het aantal koppelingsplaten is niet vrij.
Versnellingsbak
Het monteren van oliekoeling op de versnellingsbak is toegestaan.
Aandrijfas
Aandrijfas: standaard of origineel. Deze mag voorzien worden van standaard as‐stompen.
Bij het gebruik van RMO‐3 draagarmen* is het gebruik van vulringen aan de kant van de versnellingsbak toegestaan.
Flens met 14 mm tapeinden is toegestaan. Speciaal behandelde standaard aandrijfas is toegestaan.
Differentieel
Geen wijzigingen toegestaan.
Artikel 7 – ONDERSTEL/STUURINRICHTING
Wielophanging
De vrijwel identieke achteras van de Golf III is toegestaan.
Geometrie/ Camber en sporing
Het camber van de voorwielen is vrij.
Sporing van de voorwielen is vrij.
De uitlijning van de achterwielen met dunne shimms is toegestaan
Spoorbreedte
Spoorbreedte mag niet gewijzigd worden
Veren en schokbrekers
Veren en schokbrekers: Uitsluitend toegestaan de bijgeleverde Intrax set met update.
Wijzigingen aan deze set met update zijn niet toegestaan.
Draagarmen
Draagarmen mogen vervangen worden door RMO‐3 draagarmen*.
Stabilisatoren (De achteras heeft geen stabilisator)
Silentblocks
De rubbers in de draagarmen mogen vervangen worden door hardere, of door kunststof bussen.
Artikel 8 ‐ WIELEN EN BANDEN
Velgen
Slechts de door de organisator geleverde Shaper wielen* mogen worden gebruikt.
Banden
Uitsluitend: Toyo Proxes type 888, maat 195/55/15 met nieuw V profiel, geleverd door Prins Techniek BV uit Den Haag. Merknamen, code‐ en productienummers en maataanduidingen op banden moeten altijd zichtbaar blijven.
Bewerkingen banden
Iedere vorm van kunstmatig opwarmen, opruwen, bewerken en/of met (chemische) hulpmiddelen schoonmaken of behandelen van banden is verboden, met uitzondering van het profiel. Deelnemers kunnen het profiel naar eigen inzicht wijzigen. De bestaande groeven kunnen verbreed worden of er kan een lengtegroef worden toegevoegd of een heel andere oplossing. Prins Techniek beschikt over apparatuur om het profiel aan te passen.
Gebruik banden
Het gebruik van meer sets banden tijdens een wedstrijd is toegestaan, tenzij het bijzonder reglement anders vermeldt. Met de banden waarmee gekwalificeerd wordt, dient men ook in de race van start te gaan.
Bandenwissels
Het gebruik van accu‐wielsleutels is toegestaan.
Wielmoeren dienen nagetrokken te worden met een momentsleutel.
Het gebruik van luchtkriks is gedurende het gehele evenement niet toegestaan.
Met uitzondering van een hydraulische krik is het gebruik van hydraulisch en pneumatische gereedschap is niet toegestaan.
Controle
De wedstrijdleiding is gerechtigd, op elk moment van de wedstrijd, banden die door de TC verdacht zijn verklaard, voor onderzoek door de TC in bewaring te nemen. Het betreffende team kan, in afwachting van de uitslag van dat onderzoek, de wedstrijd vervolgen met een door de TC goedgekeurde set banden. Eventuele daaruit voortvloeiende kosten zijn voor rekening van het team.
Artikel 9 ‐ GRONDSPELING
Rijhoogte
De minimum rijhoogte is 11,0 cm (tolerantie is ‐2 mm) en wordt gemeten onder het subframe vlak achter de motor. Gemeten wordt zonder rijder, tankinhoud vrij en bij een bandenspanning van 2.0 atm., en ongeacht de mate van slijtage van de banden
Artikel 10 ‐ REMMEN
Remblokken
Remblokken zijn vrij, met uitzondering van de maatvoering en oppervlakte .
Koeling remmen.
Koelslangen naar de remschijven mogen worden gemonteerd, mits met een maximale diameter van 100 mm. De slangen mogen niet buiten de auto uitsteken. Plastic luchthappers als standaard gebruikt bij VW zijn toegestaan. Werken goed en zijn niet duur.
Beschermplaten van de remmen mogen worden verwijderd.
ABS
Het ABS mag uitgeschakeld worden, mits de leiding(en) naar de achterremmen voorzien zijn van een mechanische remdruk‐regelaar.
Artikel 11 ‐ CARROSSERIE
Exterieur
De carrosserie mag op geen enkele wijze doorgelast of verstevigd worden.
- De stroomlijn mag niet worden beïnvloed d.m.v. spoilers of anderszins.
- Plaatwerk dient in geval van schade vervangen worden door origineel of standaard, of gerepareerd worden. De kit in naden, aan de buitenkant van de bodem en in de wielkasten mag niet verwijderd worden.
- Uitsluitend de origineel gemonteerde buitenspiegels zijn toegestaan.
- De carrosserie, gemeten rond de voorwielen mag niet verbreed worden (ook niet bij gebruik van RMO‐3 draagarmen zoals geleverd door Ronald Morien).
- Om aanlopen van de band op het voorspatbord te voorkomen mag de binnenrand van het voorspatbord verbogen worden.
- De kunststof platen aan de binnenzijde van de wielkasten mogen verwijderd worden.
Ruitenwissers
Ruitenwissers en ruitensproeiers moeten functioneren.
Interieur
- De pedalen mogen niet gemodificeerd worden, doch wel voorzien worden van race‐voetplaten.
De positie van het stuur mag worden verlaagd, de stuurnaaf mag max. 10 cm worden verlengd.
- De versnellingspook mag boven het standaard draaipunt gewijzigd worden.
Stoelen
Bestuurdersstoel, Zie Algemeen Reglement Autorensport Nationaal B, Bijlage 1
De passagiersstoel en achterbank mag worden verwijderd.
Bekleding/Geluidwerend materiaal
Alle bekleding mag verwijderd worden m.u.v. de deurpanelen.
Teerplaten en ander geluiddempend materiaal mogen verwijderd worden
Dashboard
Het monteren van extra meters, voor oliedruk e.d. is toegestaan
Stuurwiel
Vrij, inclusief verlengers van maximaal 10 cm.
Artikel 12 ‐ ELEKTRISCH SYSTEEM
Bedrading
Alle bedrading en stekkers dienen aanwezig te blijven in originele staat en met de oorspronkelijke functies.
Accu
De accu mag niet door een accu van een andere afmetingen, gewicht of capaciteit worden vervangen. De plaats van de accu in de auto mag worden gewijzigd , voor zover de accu in de passagiersruimte wordt geplaatst dan mag dit uitsluitend naar een plaats achter de voorstoelen.
In verband met de veiligheid moet de accu in een metalenbak, met tenminste twee metalen beugels zijn vastgezet, voor bevestiging van de beugels aan de onderzijde van de carrosserie moeten bouten
van tenminste 10 mm worden gebruikt en onder ieder bout een plaat van tenminste 3 mm dik en een oppervlakte van tenminste 20 cm2
De accu moet afgeschermd zijn tegen kortsluiting en lekkage. Daartoe is het verlengen en verleggen van kabels en de omhulsels toegestaan; het aanbrengen van extra’s relais of extra zekeringen is ook toegestaan.
Verlichting
Remlichten, richtingaanwijzers, achteruitrijdlicht en alarmlicht moeten functioneren.
Dimlicht en grootlicht mogen uitsluitend op aangeven van de wedstrijdleiding gevoerd worden.
Koplampen mogen vervangen worden door kunststofplaten.
Artikel 13 – BRANDSTOF / BRANDSTOF CIRCUIT
Brandstof
Uitsluitend reguliere (aan de normale pomp verkrijgbare) diesel mag worden gebruikt (rode
diesel is derhalve ook toegestaan).
Brandstoftank
Brandstoftank
De brandstoftank dient geheel origineel te blijven. Indien er sprake is van een lek dient de tank vervangen te worden. In de brandstoftank mag tegen het slingeren van de brandstof, speciaal voor dit doel gemaakt schuim worden ingebracht.
Artikel 14 ‐ GELUID
zie artikel 5.
Artikel 15 ‐ SLOTBEPALINGEN
Een datalog systeem met aflezing in de auto mag gemonteerd en gebruikt worden.
Het monteren en gebruiken van een radio voor twee‐weg communicatie tussen de rijder en de pit‐bemanning is toegestaan, mits de radio voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke bepalingen.
Wijzigingen op dit reglement zijn voorbehouden aan Stichting DNRT ZomerAvondCompetitie auto’s.
Dit reglement is door DNRT voor goedkeuring voorgelegd aan de KNAF
Stichting DNRT ZomerAvondCompetitie auto’s
Bestuur KNAF Sectie Autorensport
KNAF
- bijlage: “Lijst speciale onderdelen Seat Ibiza 1.9 TDI in Cup uitvoering”.
Bijlage: Technisch reglement Seat Endurance Cup 2010
Lijst speciale onderdelen Seat Ibiza 1.9 TDI in Cup uitvoering”.Lijst speciale
‐ RMO‐3 draagarmen
‐ Shaper velgen